Hoofdstuk 20

Het plan tot verdeling van het Voltherbroek (1779)

Voltherbroek
Voltherbroek

Zoals bekend zijn de meeste markegronden eerst ca. 1830-1850 verdeeld. Het eerste plan tot verdeling van markegronden dat in Overijssel ter tafel kwam betrof het Voltherbroek. Het was afkomstig van de markerichter van Volthe, Reint Jan Baron Sloet tot Everlo.

Deze richtte in 1779 een rekest tot de Staten van Overijssel “dat in gemelde Marke gelegen was een zeker uitgestrekt terrein, genaamd het Voltherbroek, ‘t welk voor dezen met welig houtgewas voorzien en eenige duizenden waardig was geweest, weshalve het ook boven andere gronden in de verponding, contributie en andere lasten moest opbrengen, doch dat dit hout eindelijk een einde genomen hebbende, daarvan thans geen ander nut voor de Goedheeren en Geërfden kwam, alsdat de beesten van de boeren daarin dagelijks weidden, dat het voorschreven oude voordeel zou kunnen worden herhaald door het broek in questie te verdelen, wanneer ieder het zijne tot zeer bekwame weiden zou kunnen gereed maken, dat hij derhalve met het meerendeel Geërfden dienstig had geoordeeld, eene verdeeling van voornoemd Broek te beramen, in die voege, dat onder de Geërfden in de Marke naar waartal (d.i. grootte van ieders grondbezit) zou worden verdeeld en in die verdeling de katersteden zouden worden gerekend op 14 ware, zodat de allergeringste eigenaar of geërfde met de allergrootste gelijkgesteld zou de worden.

Tegen dit voorstel waren allereerst een viertal boeren, die dichtbij het Broek woonden en er het meeste voordeel van genoten:
Scholtenlinde, Meuleman, Reyneke en Obbenkate, verder ook de kotters.

Het resultaat van Sloets voorstel was dat in maart 1781 door de Staten een belangrijk voorstel van algemene strekking werd genomen:

een commissie zou nagaan in hoeverre een verdeling van de markegronden in de provincie tot stand zou kunnen komen.

Ruim een jaar later werd er reeds een rapport ingediend. Men was er voor zoveel mogelijk markegronden te verdelen, omdat dit belangrijke voordelen voor de landbouw met zich mee zou brengen. De venen zouden worden uitgezonderd.

Gedetailleerd werd de procedure beschreven die men zich bij de verdeling dacht. Men stelde verder voor de verdeelde gronden gedurende 25 jaar vrij te stellen van grondschatting of belasting op het gezaai, en de erop gebouwde woningen van het vuurstedegeld.

Hoewel deze voorstellen door de Staten aanvaard werden, duurde het tot na de Franse tijd voor de zaak op gang begon te komen. De moeilijkheden die de Napoleontische periode allerwegen veroorzaakte zullen hiervan wel de reden geweest zijn.

Ruim honderd jaar te voren was er onenigheid geweest tussen de marken Volthe en Lutke met Groot Agelo over een stuk grond tussen beide marken gelegen (het zogenaamde Twistveld), dat volgens die van Agelo door beide marken kon worden gebruikt, maar dat door de bewoners van Volthe in bezit was genomen. Er werd overeengekomen dat het betwiste veld zou worden verdeeld, maar dat het “na paelbuersrecht” over en weer kon worden beweid.

Naar: Geschiedenis | hoofdstuk 19 | hoofdstuk 21