Oorlogsgraven bij Laarhuis in goede handen

Onderscheiding voor Rossumse koster van Oorlogsgravenstichting

Koster LaarhuisROSSUM – Koster G. Laarhuis uit Rossum is een veelzijdig man. Naast zijn normale bezigheden binnen de Plechelmuskerk als het klaarzetten van misbenodigdheden, schoonmaken en het aanbrengen van versieringen houdt hij zich ook nog bezig met het onderhoud van de pastorietuin en kweekt hij groenten en bloemen. Tevens is hij doodgraver en is hij belast met de verzorging van een twaalftal oorlogsgraven. Dit laatste heeft hij al zoveel jaren met zo’n grote zorgvuldigheid gedaan, dat de Oorlogsgravenstichting heeft gemeend hem hiervoor een onderscheiding te moeten toekennen.

Deze onderscheiding zal hem vandaag worden uitgereikt. Het eerste vliegtuig is hier gevallen op 13 mei 1943″, herinnert koster Laarhuis zich. Er zaten zeven jonge Canadezen en Engelsen in. Het vliegtuig was aangeschoten boven De Boerskotten en kwam brandend neer vlak bij de kerk. De Duitsers waren meteen ter plekke en schoten op al te nieuwsgierige omstanders, Gelukkig raakte er niemand gewond. De bemanningsleden moesten in Rossum begraven worden en ik heb geassisteerd bij het kisten”.

Precies een maand later verongelukte er een tweede bommenwerper. Als deze brandend in de richting van Rossum komt beleeft Laarhuis enkele angstige ogenblikken: “Het was Pinksteren ’s nachts en ik zat buiten op een steen voor de deur. Plotseling hoorde ik een enorm kabaal. Vanuit noordelijke richting kwam een brandend vliegtuig recht op ons huis af. Het werd steeds lichter en het lawaai was werkelijk oorverdovend. In de lucht explodeerde het vliegtuig en er ontstond op wel vijf plaatsen brand. Ons huis bleef gelukkig gespaard”. De koster vertelt vervolgens, dat hij samen met enkele buren op zoek ging naar de neergestorte bommenwerper. In een weiland stuitte hij op een van de slachtoffers, een jonge Canadees. Zijn identiteitsplaatje vermeldde de naam Wood. “Toen ik daar zo stond hoorde ik geschreeuw, het waren Duitse stemmen dus we maakten dat we wegkwamen. De andere dag zijn we op nader onderzoek uitgegaan. Wood lag nog net zo in het weiland en in en om het vliegtuig lagen nog drie andere bemanningsleden. Wat je dan ziet, dat vergeet je je hele leven niet meer…”. Een vijfde slachtoffer werd gevonden in de buurt van Denekamp, zijn parachute was niet op tijd open gegaan. Evenals zijn ongelukkige collega’s werd hij begraven op het Rossumse kerkhof.

Koster Laarhuis, die in die tijd tuinman was in dienst van pastoor Hoogveld, kreeg de opdracht de graven te onderhoudden. De Duitsers plaatsten houten kruizen met daarop natuurlijk een Duitse tekst.

Bloemen

“Na de oorlog”, zegt Laaarhuis, “werden deze kruizen vervangen door stenen. De Oorlogsgravenstichting zorgde daarvoor. De graven werden vervolgens uitbesteed. Je kon dan een aantal graven adopteren en ze op geregelde tijden van bloemen voorzien. Dat gebeurde onder leiding van mevrouw Van der Bussen, de echtgenote van de toenmalige burgemeester van Hengelo”.

Met een glimlach vertelt koster Laarhuis, dat een Hengelose vrouw nog altijd de door haar geadopteerde graven komt bezoeken. In het begin kwam ze op de fiets, vervolgens met de bus en tegenwoordig brengt een dochter haar met de auto. Ze moet al in de tachtig zijn. Ook wil de koster nog even het Oranje Comité noemen dat met dodenherdenking altijd voor een prachtige bloemversiering zorgt. Verder doet koster Laarhuis dus alles zelf. “Ik heb er nog nooit op- of aanmerkingen over gehad”, zegt hij. Toch zal hij vandaag iets over zijn verzorging van de oorlogsgraven te horen krijgen maar dat zullen enkel lovende woorden zijn!

Bron: TC-Tubantia oktober 1985